Eiwitrecycling: Van graatje tot karbonaadje

Uit een doctoraatsonderzoek van Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en UGent blijkt dat er veel meer potentieel is weggelegd voor vissenkoppen, snijresten uit de visverwerkende industrie en ook aangelande ondermaatse vissen die niet voor menselijke consumptie verkocht mogen worden. Met behulp van een inkuilingstechniek, silage genaamd, kunnen nevenstromen uit de Belgische visserij gestabiliseerd worden zodat de hoogwaardige viseiwitten intact blijven tot aan de verdere verwerkingsstappen. Op die manier moeten uit de onderbenutte visproducten waardevolle en rendabele voederadditieven kunnen worden gewonnen.
Door de Europese wetgeving rond aanlandplicht waardoor het niet langer is toegestaan om ongewenste bijvangst terug in zee te gooien, is de hoeveelheid aan nevenstromen in de visserij toegenomen. Tot nu toe is het moeilijk om deze nevenstromen tot waarde te brengen, omdat vis razendsnel bederft, de aanvoer divers en onregelmatig is en de hoeveelheden in België relatief beperkt zijn. Maar de vis zit boordenvol waardevolle dierlijke eiwitten.
Hoogwaardige silagesoep
In hun zoektocht ontdekte de Belgische onderzoekers dat dure procestechnologie, zoals extractie van biomoleculen, geen rendabele optie was voor het bewerken van de vis. Vissilage, een stabilisatietechniek waarbij viseiwitten worden behandeld met organisch zuur, bleek wel een technisch haalbare en economisch interessante piste. Het principe van vissilage is dat de visresten en de hele vis in een zure zuurstofarme omgeving worden gebracht. Mierenzuur vormt een belangrijk element in de silage.
Via silage blijken enzymen in het vismateriaal de eiwitten en vetten af te breken tot kleinere componenten, waardoor er een soep ontstaat vol nutritionele elementen: eiwitten, peptiden, aminozuren, lipiden, glycerol, vetzuren en mineralen. De soep was weliswaar een nutritioneel hoogwaardig product, maar nog vrij onstabiel. Daarom is ook gewerkt op de latere verwerkingsstappen, zoals pasteuriseren en drogen tot een stabiel voederadditief. Dat bleek technisch haalbaar. Uit het onderzoek komt naar voren dat vissilage vooral gebruikt kan worden om verteerbaarheid, smaak en mondgevoel van voeders te verbeteren en tegelijkertijd meer lokaal geproduceerde eiwitten en vetten te produceren. Vissers kunnen door de verwerking van deze nevenstroom een iets hoger inkomen genereren, zo verwachten de onderzoekers. Op dit moment wordt gewerkt aan een businessplan om vissilage of andere gehydroylseerde viseiwitten in België mogelijk te maken.
Eiwitonafhankelijkheid Noorwegen
In Noorwegen is een heel plan ontwikkeld om met beschikbare grondstoffen hoogwaardige eiwitbronnen te maken voor vee- en visvoer. Ze zijn daar al ver gevorderd met onder meer vissilage. Het land wil niet eiwitafhankelijk zijn van andere landen, en er is er veel geld beschikbaar voor onderzoek naar sojavervangers; bijvoorbeeld naar de verwerking van visafval tot varkensvoer. Wat de Noren in overvloed hebben, is namelijk vis en dus ook visafval. Varkensvoer gemaakt van visafval blijkt, zeker voor de Noorse veehouderijsector, een prima eiwitalternatief te zijn. De varkens krijgen een silagesoep van de resten uit de visindustrie zoals kop, staart en ingewanden. Ook de noren gebruiken mierenzuur voor conservering en hierdoor worden de graten opgelost en blijft er een donkere massa over met ongeveer 40 tot 42 procent droge stof. De varkens blijken dit graag te vreten. Daarnaast zijn visresten in Noorwegen een stabiele grondstoffenbron, want er is een grote visindustrie in dit land die alleen maar groter wordt.
Boomeiwit
Wie denkt dat vissoep een opmerkelijk alternatief voor soja is, zal vreemd opkijken dat de Noren in de donkere dagen van de winter ook nog op het idee kwamen om bomen als eiwitbron te gebruiken. De eerste dieren die gevoerd zijn met boomeiwit zijn al geslacht. Hout bestaat uit lignine, cellulose en hemicellulose. Dat laatste is goed verteerbaar door schimmels waardoor bijvoorbeeld houtrot ontstaat. De schimmels maken suikers aan en daar kunnen gisten op groeien. In een procedé dat vergelijkbaar is met dat van tarwegist ontstaat gisteiwit dat aan dieren gevoerd kan worden. Het hout is afkomstig van zagerijen, spaanindustrie of afvalhout uit de bossen. Noorwegen zet echt in op deze techniek. Er is 30 miljoen euro beschikbaar gesteld. Niet direct voor de varkenshouderij, maar in eerste instantie als sojavervanger in de visteelt. Het visafval kan vervolgens weer verwerkt worden tot varkensvoer. Hoewel de techniek hoopgevend is, zal het nog zeker tien jaar duren voordat er eiwit uit hout op grote schaal geproduceerd wordt.
Een mening over dit artikel? Reageer op onze Twitter, Facebook, Instagram en LinkedIn. Een opinieartikel is ook van harte welkom. Mail dan even met de redactie (redactie@agrio.org). Geïnteresseerd in de andere artikelen van VORK? Word abonnee of vraag een gratis proefnummer aan. Student? Wellicht is het speciale studentenabonnement dan iets voor jou.
Tekst: Reinout Burgers Beeld: Agrio archief