Minder landbouw leidt tot daling insecten

Bij het insectenonderzoek uitgevoerd onder leiding van de Nederlandse ecoloog Hans de Kroon werden gegevens gebruikt die natuurliefhebbers in de loop der jaren hebben verzameld op ruim zestig plekken. Onder meer in de regio Krefeld. Daarbij ging het om het totaalgewicht aan vliegende insecten, de biomassa, die in malaisevallen zijn gevangen en gewogen. Het gaat dus louter om het gewicht, niet om het aantal soorten.
Media
In de media werd de suggestie gewekt dat er continu is gemeten in de periode tussen 1989 en 2016. In feite werd op de meeste plaatsen (59%) slechts een seizoen gemeten, terwijl de rest hooguit drie a vier keer is bemonsterd. Met de nodige statistische kunstgrepen wisten de onderzoekers er toch een trend uit te halen, met wereldwijde aandacht in de media als resultaat.
Vanaf de publicatie was het onderzoek omstreden. Freelance journalist Arnoud Jaspers wijdde er een grondige analyse aan in het decembernummer van Vork in 2017. Die komt er in essentie op neer dat de dataset te armetierig was om er zulke vergaande conclusies aan te verbinden. Bovendien leerde de praktijk dat entomologen wel aanwijzingen hadden voor enige afname van insecten, maar zeker niet voor een afname met meer dan 75 procent. Dit artikel is binnenkort te lezen op de website van Vork.
Volgens Herwig Scholz moeten we de oorzaken de sterke afname van insecten heel ergens anders zoeken. Scholz is landbouwingenieur en houdt zich bij de overheid bezig met het natuurbeleid. Daarvoor was hij landbouwvoorlichter in de regio Krefeld. Als natuurliefhebber is hij al tientallen jaren goed bekend met Orbroicher Bruch, het natuurgebied waar een deel van de gegevens voor de insectenstudie is verzameld. Op de website van Bauer Willi doet hij zijn verhaal.
Orbroicher Bruch, zo schrijft Scholz, werd in 1991 aangewezen als natuurgebied. In dat jaar waren er nog 12 tot 15 kleinschalige boerenbedrijven op minder dan een kilometer afstand van de vallen, waarin de insecten werden gevangen. Ook werd de helft van het natuurgebied begraasd door jongvee en droogstaande koeien. Vandaag de dag is er nog een bedrijf over aan de rand van het natuurgebied en nog een op een kilometer afstand. De rest van de bedrijven is in de loop der jaren verdwenen. Werden eerst nog 25 tot 30 hectare begraasd, nu is dat nog maar één hectare.
Koeienvlaaien
Met het vee verdwenen ook de koeienvlaaien. Elk van die vlaaien is goed voor de ontwikkeling van 200 tot 300 gram aan insectenmassa. Uitgaande van gemiddeld drie runderen per hectare en tien vlaaien per rund per dag, komt Scholz op een productie van 1,2 tot 1,8 ton insectenmassa per hectare bij 200 dagen weidegang. Vergeleken met 1989 werd er in 2013 dus 30 tot 54 ton aan insectenbiomassa minder geproduceerd in het natuurgebied. Ook het verdwijnen van mesthopen en de striktere hygiëne in de stal, hebben volgens Scholz bijgedragen aan de afname van insecten.
In het oorspronkelijke artikel van Hans Kroon c.s. wordt ook aandacht besteed aan landgebruik en de veranderingen daarin. De belangrijkste verschuivingen doen zich voor in het bosareaal (van 31 naar 38 procent tussen 1989 en 2014) en het areaal akkerland, dat in diezelfde periode afneemt van 31 naar 20 procent. Het areaal grasland blijft gemiddeld over alle gebieden min of meer gelijk, maar of er ook koeien op grazen, wordt niet duidelijk. Ook over koeienvlaaien meldt het artikel niets.
Het lijkt er op dat Scholz een punt heeft als hij stelt dat veranderd landgebruik invloed heeft op het totale aantal insecten. De vraag is of we daar rouwig om moeten zijn. Volgens Scholz heeft het verdwijnen van de koeien en hun vlaaien ertoe geleid dat het aantal insecten in kilos gemeten, is afgenomen. Tegelijkertijd wijst hij erop dat de diversiteit aan insecten in het gebied toeneemt. Minder kilos, meer variatie.
Voor de vogels is dat natuurlijk minder leuk, want die hebben daardoor veel minder te eten. Hen vergaat het echter niet anders dan de vele veebedrijven die er vroeger waren, ze verdwijnen. Of zoals de weemoedige boerenwijsheid luidt: Und geht die letzte Kuh vom Hof, dann ziehen auch die Schwalben fort!. Anders gezegd: de natuur van het boerenland verdwijnt als boerenland natuur wordt.
Een mening over dit artikel? Reageer op onze Twitter, Facebook, Instagram en LinkedIn. Een opinieartikel is ook van harte welkom. Mail dan even met de redactie (redactie@agrio.org). Geïnteresseerd in de andere artikelen van VORK? Word abonnee of vraag een gratis proefnummer aan. Student? Wellicht is het speciale studentenabonnement dan iets voor jou.
Tekst: Joost van Kasteren Beeld: Hallman et all 2017