Knipoog: Pittig bokje mijdt kroket

Je kunt lacherig doen over voedseltrends of ze bloedserieus nemen. In Knipoog doen we allebei. Deze keer zoekt Stijn van Gils tevergeefs naar de smakelijke bokjeskroket, maar ontdekt hij wel het geheim van smakelijk geitenbokjesvlees.
De smaak was scherper dan ik gewend ben van kroketten. Krachtig, op zon manier dat het in je mond blijft hangen en je meer wilt eten. Bovendien had ik na een reeks lezingen over voedselverspilling in een Eindhovense stadskas wel zin in iets pittigers dan de borrelkoekjes die iets verderop lagen. Voorzichtig wurmde ik mij terug in de mensenmassa om er nog één van de schaal te pakken. Moet kunnen, toch?
Sindsdien heb ik niets meer gehoord over de bokkroket, een delicatesse gemaakt van mannetjesgeiten die een vroegtijdige dood bespaard waren gebleven. Op internet vond ik slechts Hollandsegeitenkroket.nl. Dat leek me een stap in de goede richting, maar het initiatief bleek zelf een vroegtijdige dood gestorven. Niet rendabel. De voormalige initiatiefneemster verwees me door naar de Bokkenbunker van Lydia van Maurik.
Bijna drie jaar geleden liep de vegetarische liefhebber van geitenkaas stage bij een geitenboerderij. Ik wist dat helemaal niet, vertelt ze. Bijna overal worden bokjes kort na de geboorte geslacht en geëxporteerd. Ook bij biologische bedrijven. De verontwaardiging klinkt nog steeds in haar stem. Geitenhouders willen wel anders, maar dat is gewoon niet te betalen en ze zijn superdruk. Dus tijd om iets nieuws te bedenken hebben ze ook niet.
Tijd had Van Maurik na het aflopen van haar stages wel, dus besloot ze zelf wat te doen. Het liefst zou ze het hele voedselsysteem aanpakken. Veel eten gaat twee keer de wereld rond en dan overdrijf ik niet eens heel erg. Ik vind dat niet meer van deze tijd. We moeten meer lokaal organiseren en minder slepen met voedsel. In Nederland moeten we de bokjes zelf opeten.
Dus nam Van Maurik bokjes over van bioboeren en liet ze de dieren opgroeien. Pas na zon acht maanden (en een goed leven) bracht ze de dieren naar de slacht. Een succes: inmiddels zijn verschillende biologische geitenhouders bij haar initiatief aangesloten. Sommige brengen de jonge bokjes naar haar Bokkenbunker, andere laten de dieren zelf opgroeien. Het vlees verkoopt Van Maurik aan onder meer restaurants.
Hele pakketten biedt ze aan: ribracks, bouten, heupvlees, stoofvlees en achterhaasjes. Maar geen kroketten, vertelt ze bijna op een verontschuldigende toon. Dus als je daar echt naar op zoek bent, sorry dan kan ik je niet helpen. Ik wil het vlees namelijk tegen een goede prijs verkopen, anders kun je de bokjes nog geen goed leven geven, en daar heb je luxeproducten voor nodig. Kroket wordt hier nu eenmaal niet als luxe gezien.
Bokkenvlees
In smaak zijn de bokjes volgens haar niet van geit te onderscheiden. De bokjes worden namelijk net voordat ze volwassen zijn, geslacht. Pas daarna komt die hele sterke bokkige smaak, vertelt de vegetariër die haar eigen bokjes soms wel eet. Het vlees heeft daarom wel een ietwat krachtige geitensmaak, maar overdreven scherp is het niet. De meeste mensen vinden de milde smaak heel lekker. Een enkele keer is een restaurant teleurgesteld; die hadden meer kracht in het vlees verwacht. Soms laat ik het vlees trouwens blind proeven. De gekste antwoorden krijg ik dan: kangoeroe, struisvogel, maar het is dus bok.
Inmiddels werkt Van Maurik met Bio Goat Meat, een coöperatie van geitenhouders. 35 van de zestig biologische geitenhouders in Nederland doen daar al aan mee. Ik hoop dat uiteindelijk alle jonge bokjes in Nederland hier een goed leven kunnen krijgen.
Van Maurik denkt dat haar droom haalbaar is. Ik bedoel, haantjes, dat zijn er 50 miljoen per jaar. Maar bokjes, dan praat je over jaarlijks 100.000 dieren. Daar moeten we een goed leven voor kunnen regelen, toch?
Ik knik. Met luxe misschien wel, maar een nieuwe bokkroket kan ik vergeten ben ik bang.
Een mening over dit artikel? Reageer op onze Twitter, Facebook, Instagram en LinkedIn. Een opinieartikel is ook van harte welkom. Mail dan even met de redactie. Geïnteresseerd in de andere artikelen van VORK? Word abonnee of vraag een gratis proefnummer aan.
Tekst en beeld: Stijn van Gils