Landbouw heeft nieuwe onderzoeksagenda nodig

In dit artikel:
- Investeringen in landbouwkundig onderzoek zorgden in het verleden voor lagere kosten en hogere opbrengsten. Nu is dat model uitgewerkt
- Amerikaanse wetenschappers brachten een routekaart uit voor het landbouwkundig onderzoek in de toekomst. Die is ook relevant voor Nederland en Europa.
De Nederlandse en Europese discussie over de toekomst van landbouw en voedselvoorziening vliegt alle kanten op: van natuurinclusief en biologisch tot high tech en industrieel. In de Verenigde Staten is het debat misschien nog wel sterker gepolariseerd dan in Europa.
Daarom heeft de nationale academie van wetenschappen daar het voortouw genomen om toekomst van de landbouw een nieuwe koers te geven. Dit door een rapport uit te brengen over de wetenschappelijke doorbraken die nodig zijn om het voedsel- en landbouwsysteem veerkrachtiger en duurzamer te maken.
De modernisering van de landbouw vanaf de jaren veertig leunde sterk op wetenschappelijke doorbraken. Zo verbeterde de veredeling, bemesting en bestrijding van ziekten en plagen. De nadruk lag op verhogen van opbrengsten en verminderen van inputs in de vorm van arbeid en kapitaal (inclusief grond).
Succesvolle strategie
Die strategie is zeer succesvol geweest in veel geïndustrialiseerde landen. Uit een recent verschenen overzicht van Paul Heisey en Keith Fuglie van het Amerikaanse Department of Agriculture, blijkt dat tussen 1960 en 2013 de totale input is gedaald met 14 procent. Dat terwijl de opbrengsten bijna zijn verdubbeld.
De stijging van de productiviteit in de landbouw hangt dus sterk samen met de investeringen van vooral de overheid in landbouwkundig onderzoek. Sinds 2009 wordt er in veel geïndustrialiseerde landen echter steeds minder geld geïnvesteerd in agrarisch onderzoek. De daling bedraagt in deze landen zon anderhalf procent per jaar.
Tegelijkertijd nemen de kosten van wetenschappelijk onderzoek toe, waardoor je in feite minder bang for your buck krijgt. Daar komt bij dat ook de onderzoeksagenda breder is geworden met themas als (agro)ecologie, milieu, gezondheid en dierenwelzijn, waardoor er minder geld is voor puur agronomisch onderzoek.
Gidsland Nederland
Alleszins reden om de investeringen in landbouwkundig onderzoek te verhogen, zou je zeggen, maar zo simpel ligt het niet. Om te beginnen zijn er institutionele veranderingen nodig, schrijven Heisey en Fuglie. Daarbij verwijzen ze naar de hervormingen in de Nederlandse infrastructuur voor agrarisch onderzoek, die vanaf begin jaren negentig gestalte kregen.
Niet alleen werden de Landbouwuniversiteit en instituten van het ministerie onder een koepel samengebracht, maar ook werd het bedrijfsleven nadrukkelijk betrokken bij het opstellen en uitvoeren van de onderzoeksagenda via publiek-private consortia. Mede daardoor zijn de investeringen in landbouwkundig onderzoek hier niet of nauwelijks teruggelopen.
Naast institutionele veranderingen is er ook een meer inhoudelijke verandering nodig in het landbouwkundig onderzoek om beter in te kunnen spelen op de grote maatschappelijke uitdagingen. In het rapport Science Breakthroughs to Advance Food and Agricultural Research by 2030 wordt dit verder uitgewerkt. Hierin geven de National Academies of Science, Engineering & Medicine een gedetailleerd overzicht.
Wetenschappelijke doorbraken
Ze beschrijven de wetenschappelijke doorbraken die nodig en mogelijk zijn om aan die uitdagingen te kunnen voldoen en de landbouw veerkrachtig en duurzaam te maken. Het overzicht is gebaseerd op interviews met circa 150 wetenschappers in allerlei disciplines en pleit voor een prioritering van onderzoek in een vijftal gebieden.
Opmerkelijk genoeg betreft de eerste doorbraak niet een specifiek gebied, maar een culturele verschuiving in de wetenschap. Wetenschappers moeten komen tot meer samenwerking tussen de verschillende disciplines. Ook moet de samenwerking tussen disciplines en de verschillende stakeholders verbeteren. Een systeembenadering dus, die een cultuurverandering vergt. Niet alleen bij wetenschappers, maar ook bij redacties van wetenschappelijke tijdschriften en bij de financiers van wetenschappelijk onderzoek.
De vier andere gebieden zijn:
- Gene editing, het redigeren van erfelijk materiaal van planten en dieren. Overigens is gene editing uitvoeren in Europa sinds woensdag 25 juli wel een stuk lastiger geworden, maar dat ter zijde.
- Het microbioom, het microbiologisch ecosysteem in zowel de bodem als in het spijsverteringskanaal van mens en dier.
- Sensoren voor het continu monitoren van omgevingsinvloeden en biotische en abiotische stress bij gewassen en bij vee. Ook moeten er systemen ontwikkeld worden om deze gegevens te verzamelen en te interpreteren.
Met die vier doorbraken leggen de Amerikaanse onderzoekers dus sterk de nadruk op het combineren van technologische ontwikkelingen met agro-ecologische inzichten als basis voor een tweede groene revolutie.
De sociaaleconomische en culturele dimensies van voedsel komen wel ter sprake bij het thema transdisciplinaire samenwerking, maar blijven tamelijk onderbelicht. Desalniettemin is het een interessante exercitie die voor herhaling vatbaar is, zo niet op Europese dan toch op Nederlandse schaal.
In de derde editie van VORK 2018 schrijft hoofdredacteur Joost van Kasteren ook over genome editing. Benieuwd naar het hele artikel in VORK? Word abonnee of vraag een proefnummer aan.
Tekst: Joost van Kasteren Beeld: Ruth van Schriek